TOP

Kopverkenningen

Van emotie naar ratio

Auteur: Bas van Egmond

« ga terug 24-07-2015

Brein en filosofie.

In Letter & Geest van 4 juli 2015 heeft Alva Noël weer een taaie discussie leven ingeblazen die gaat over de controverse tussen de opvattingen die, kort gezegd luidt of wij “ons brein” of “onze omgeving” zijn. Hij hangt deze discussie op aan de jonge loot van ‘neuro-esthetica. Hij haalt hierbij de uitspraak aan van de Londense neurowetenschapper Semir Zeki die vindt dat kunst ‘een vrucht van hersenactiviteiten’ is. Zijn opvatting, die hij ook in zijn boek ‘We zijn toch geen brein’ etaleert, is echter dat het bewustzijn geen solovoorstelling van de hersenen is; het wordt in hoge mate bepaald door onze voorgeschiedenis en onze interactie met de wereld om ons heen.

Nu kan ik me moeilijk voorstellen dat Swaab en Lamme hier het nauwelijks oneens mee kunnen zijn. Ze moeten toch weten dat het brein van een baby niets vermag dan alleen de lichamelijke functies besturen en aangeven wanneer hij voedsel nodig heeft en dat hij van zijn omgeving – ouders en andere opvoeders –  leermomenten en ervaringen aangeboden krijgt om later op een adequate manier op zijn omgeving te kunnen anticiperen.

Aan de andere kant kan ik me niet onttrekken aan het idee dat als aan Noë c.s. eerlijk gevraagd zou worden of een brein daarbij onontbeerlijk is, hij dit zal moeten toegeven. Eigenlijk doet hij dat ook wel naar mijn smaak – maar wel een beetje zuinigjes – in het voornoemde artikel in Letter & Geest als hij zegt dat  we wel ‘weten dat een gezond brein nodig is om een gewoon geestelijk leven te leiden.’ Waarom dan toch zo afgeven op collegawetenschappers die monomaan bezig zijn om de vraag te beantwoorden hoe het brein dit doet.

Soms vraag ik me wel eens af wat er nu zo gewichtig is om zo halsstarrig vast te houden aan deze eenzijdige opvattingen in deze discussie. Het is voor mijn gevoel hetzelfde alsof twee echtelieden een nieuwe auto bekijken. Mevrouw staat steeds aan de rechter kant van de auto en vindt hem mooi, meneer beoordeelt obstinaat alleen de achterkant en meldt koppig dat hij hem lelijk vindt. Beiden vertikken het om het vehikel aan alle kanten te observeren, alleen om niet de kans te lopen om toe te moeten geven aan de ander.

Hoe nu een synthese te maken tussen deze twee opvattingen? Noë meldt dat ‘op dit moment we zelfs de contouren van een breintheorie over ons bewustzijn ontberen.’ Persoonlijk meen ik dat deze opvatting niet juist is. Alleen hij kent hem nog niet.

Er is wel degelijk een theorie die aan zou kunnen geven hoe het eventueel mogelijk is om beide opvattingen tot een sluitende zienswijze te maken. Hoe steekt die dan in elkaar? Hieronder zal dit aan de hand van een voorbeeld uit de doeken gedaan worden. Dit voorbeeld sluit aan op het onderwerp van het artikel in Letter & Geest, namelijk de kunst.

Stel je voor dat je geboren bent in de tweede helft van de negentiende eeuw en een kunstliefhebber bent. Je hebt je vooral in de schilderkunst verdiept. Je bent goed bekend met de stijlen die tot dan toe bekend zijn. Op een goede dag bezoek je een galerie in Parijs en staat plotseling voor het schilderij de Zonnebloemen van Vincent van Gogh, een totaal onbekende schilder voor je. De kleuren schreeuwen van het doek en doen pijn aan je ogen. Het is alsof je een klap in je gezicht krijgt. Je staat er versteld van hoe een galeriehouder het aandurft om zo’n slecht schilderij te willen verkopen. Je krijgt het gevoel niet serieus genomen te worden en je beent boos de winkel uit.  

Wat is er ondertussen in je brein gebeurd? Een eerste indruk van het schilderij wordt opgevangen door je zintuigen, in dit geval je gezichtsvermogen. Zo’n indruk noem ik een impressie. Via de zenuwen van deze zintuigen wordt die impressie door middel van elektrochemische signalen naar het brein gezonden. Zo’n signaal is een pakketje elektrochemische codes. Dit hele proces speelt zich af in het onbewuste. Dit is een heel belangrijk vaststelling die in gedachten gehouden moet worden.

Het eerste station in de hersenen waar dit visuele signaal naartoe gezonden wordt is het bewustzijn. Dit is belangrijk omdat aandacht volgens mij één van de twee grote functies van het bewustzijn is. In dit geval perplexe aandacht voor het spetterde schilderij. Maar tegelijkertijd wordt dat signaal ook naar je emotiecentra gestuurd. Die doen iets heel belangrijks. Die bepalen wat voor waarde dit schilderij voor je is. Vind je hem mooi of juist lelijk? Zou je hem dolgraag in je collectie willen hebben of zou je hem zelfs voor geen goud willen hebben?

Die emotiecentra beslissen dus wat de waarde van het schilderij voor jou is. Zij plakken daarom aan die impressie een etiketje. Dit etiketje heb ik het waardeconcept genoemd. Ook dat is een apart pakketje elektrochemische codes dat dus aan de impressie gekoppeld wordt. Je hebt dus nu een complex van een impressie waaraan een waardeconcept is vastgemaakt. Dit complex krijgt nu een andere naam. Het is een denkbeeld geworden. Bedenk dat dit zich nog steeds in je onbewuste afspeelt. Dat denkbeeld wordt nu in eerste instantie opgeslagen ergens in datzelfde onbewuste.

Maar daar blijft het niet bij. Nee, het gaat ook nog iets heel belangrijks doen. In de nu volgende fase activeert dat denkbeeld allerlei andere centra in het onbewuste die alle organen in de rest van je lichaam aansturen. Deze fase noem ik de associatiefase. De centra die in de associatiefase geactiveerd zijn, zenden een grote hoeveelheid signalen naar alle organen in de rest van het lichaam om dit voor te bereiden op het boos wegstappen uit de winkel. Die signalen heten bij elkaar de sturende (efferente) informatie. Het hart gaat harder pompen. De longen worden aangespoord om snel en diep te gaan ademen om meer zuurstof aan het bloed af te geven. De bloedvaten van de spieren worden wijd open gezet en die van de darmen vernauwd zodat er een herverdeling van bloed ten gunste van de spieren ontstaat.  Dit alles is nodig om meer voeding en zuurstof naar de spieren te vervoeren. Je moet tenslotte driftig weglopen.

Maar het brein moet wel weten of alle organen doen wat ze doen. Werken ze nog wel op de juiste manier samen of doet iedereen maar wat? Nee, het is een gecontroleerde en heel fijn op elkaar afgestemde operatie onder leiding van het brein. Maar om dit te kunnen doen moet datzelfde brein wel weten of het gebeurt zoals hij dat beslist heeft. Daarvoor heeft hij informatie nodig vanuit die organen. En dat gebeurt ook. Er is dan ook een voortdurende terugkerende informatie vanuit de organen (periferie) naar het brein, de zogenaamde controlerende (afferente) informatie.

Je kunt dit vergelijken met de cockpit van een Boeing 747. Daarin bestuurt de piloot en de computer het vliegtuig. De piloot en de boordcomputer sturen informatie naar de motor, stuurinrichting, naar de apparaten in de cabine enzovoort. Al die onderdelen moeten goed op elkaar afgestemd functioneren. De piloot en de boordcomputer moeten weten of dit ook werkelijk gebeurt. Daarom wordt er steeds informatie vanuit die onderdelen teruggestuurd naar de computer en naar allerlei metertjes in de cockpit die door de piloot afgelezen kunnen worden. Als er iets mis dreigt te gaan kan hij dit corrigeren.

Zo werkt ook het brein. Er is een voortdurende stroom van sturende informatie die vanuit het brein naar de rest van het lichaam gestuurd wordt en er is een stroom naar het brein terug van controlerende informatie.

Besef wel dat alles zich nog steeds in het onbewuste afspeelt. Waar blijft dan dat bewustzijn al die tijd? Wel, die deed ook al een klein beetje mee in de vorm van de aandacht voor het schilderij, maar krijgt nu als toegift een taak erbij. Want wat is het geval? Wel als afsluiting gaat er een heel klein deel van die controlerende informatie naar het bewustzijn. Kortweg wordt dat genoemd het bewuste deel van de controlerende (afferente) informatie.

En nu komt het, die kleine hoeveelheid bewuste controlerende informatie worden we gewaar als emotie, en in dit geval je boosheid die je ervaart bij het in aanraking komen van dat afzichtelijke schilderij. En nu pas ben je jezelf bewust dat je ook boos de deur uitloopt. Bedenk hierbij dat het bewust worden van een actie van het lichaam dus pas komt nadat het onbewuste deze in gang gezet heeft. Dit is geheel in overeenstemming met de resultaten van neuropsychologische experimenten. Denk hierbij aan de proef van Libet.

Hé, wacht nou eens even, je gevoel of emotie is dus niets anders dan de bewuste waarneming van de werking van je inwendige organen? Inderdaad, het is dus volgens mij een mix van summiere informatie van de toestand waarin zich op een bepaald moment je longen, je hart, je lever, je spieren, je milt, je darmen enzovoort bevinden. Niet dat je al die organen apart kunt waarnemen, maar het is een allegaartje van informatie die we de verzamelnaam emotie of gevoel hebben gegeven. Met andere woorden, ik ben van mening dat je gevoel het bewuste deel is van de controlerende informatie.

Verder met ons voorbeeld. De andere dag zie je de galeriehouder bij een opening van een tentoonstelling bij een collega-galeriehouder van hem en je opwinding van gisteren begint je weer parten te spelen. Je spreekt hem aan en vertelt hem wat je van zijn keuze vindt. Deze pareert je door te zeggen dat alle echte vernieuwende kunst slecht ontvangen wordt. Men is niet gewend aan de stijl. Het moet voor de kijker herkenbaar zijn. Het moet overeenkomen met wat men meent hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Maar dat is ook maar een subjectieve waarneming. Wat Vincent van Gogh hier gedaan heeft is zijn waarneming van wat híj ziet. Daarbij accentueert hij zijn observatie door te overdrijven waardoor hij niet alleen zijn subjectieve werkelijkheid wil overdragen, maar ook zijn gevoel hierover.

Nu er een nachtje over geslapen is, en je boosheid gezakt, kun je er weer normaal over denken. Bij nader inzien moet je de galerijhouder gelijk geven. Mooi zal je het schilderij nog niet vinden, maar je hebt het voornemen om hem nog eens goed te gaan bekijken met de opmerkingen van de galerijhouder in je achterhoofd. Je krijgt zelfs een soort nieuwsgierigheid over je.

Ondertussen heeft de impressie van het schilderij in de emotiecentra van je brein een ander waardeconcept gekregen. Dit complex impressie-waardeconcept heeft een veel neutralere waarde gekregen dat maakt dat in de associatiefase geen veranderingen plaats vinden die de rest van je lichaam zouden kunnen aansporen. Nee, je blijft rustig. Daarom zal het bewuste deel van de controlerende (afferente) informatie je gevoel ook niet veranderen.

In dit verhaal kun je het voorbeeld van de ervaring met een schilderij vervangen met elke situatie uit het dagelijks leven. Aan alle zaken uit onze omgeving worden waardeconcepten gekoppeld die noodzakelijkerwijs al of geen lichamelijke reactie teweeg brengen en daarmee uiteindelijk wel of geen gevoel of emotie bij ons geven. Het waardeconcept kan positief, negatief of neutraal zijn. Navenant is daarmee ook ons gevoel bepaald in die situaties.

Je hele leven lang slaat het brein ervaringen en leermomenten op in het onbewuste. Het is op den duur een geweldige voorraad denkbeelden met hun waardeconcepten die gecombineerd worden tot abstracte combinaties. Met die combinaties kun je heel wat denkwerk en handelingen verrichten. De kwaliteit ervan is afhankelijk van de kwaliteit van de ervaringen en leermomenten. Daarnaast is zij ook afhankelijk van de kwaliteit van het brein zelf. 

In dit model speelt het bewustzijn een schijnbaar ondergeschikte rol. En dat is in werkelijkheid ook zo. Men moet weten dat het onbewuste 200.000 maal meer informatie kan verwerken in een bepaalde tijdsduur dan het bewustzijn. Alleen al uit deze vaststelling kun je concluderen dat ons denkvermogen zich voornamelijk afspeelt in het onbewuste. Het bewustzijn speelt naar mijn mening alleen een rol in het fixeren op een zaak uit de omgeving of op een bewuste gedachte en het heeft een zoekfunctie in combinatie met het kortetermijngeheugen. Dit kortetermijngeheugen slaat triggers op. Een trigger is een zaak uit de omgeving die je aandacht opeist en die je tot een reactie dwingt. Die wordt eerst in het kortetermijngeheugen opgeslagen en vervolgens naar het onbewuste gestuurd om te zoeken naar een passend “antwoord” op die zaak uit de werkelijkheid. Als dat “antwoord” in de vorm van een eerder opgeslagen denkbeeld gevonden is, wordt dat aan het bewustzijn gepresenteerd. En als er een lichamelijke reactie nodig is, wordt er tegelijkertijd in de associatiefase centra geactiveerd om aan de rest van het lichaam sturende informatie te zenden die nodig is om het lichaam in beweging te brengen.

Hoe zijn in het licht van dit denkmodel de verschillende opvattingen over de plaats van het brein in ons leven te plaatsen? Wel, neurowetenschappers, maar ook neuropsychologen proberen te achterhalen hoe de associatiefase het gedrag bepaalt. Zij proberen met hun onderzoeken te ontdekken welke delen van het brein bij een bepaalde handeling met elkaar communiceren. Zij onderzoeken of de organisatie van een hersencel en groepjes van hersencellen (kernen) uiteindelijk te maken heeft met bepaalde karaktertrekken of “karakterafwijkingen”. Ze zijn daarbij zo op hun wijze van onderzoek gefocust dat ze de oorzaak van de samenwerking van de verschillende onderdelen van de hersenen gewoon over het hoofd zien. Die monomanie is heel menselijk en daarom begrijpelijk. Dat is ze niet kwalijk te nemen.

De meer filosofisch ingestelden, zoals de neurowetenschapper Alva Noë, ontberen een goede theorie over hoe de omgeving dan wel ons brein vormt en beïnvloedt. Dat gebrek verzwakt hun overtuigingskracht.

Dit is in een heel kleine notendop mijn antwoord op de controverse tussen de brein- en omgevingsadepten. Volgens mij wordt ons denken door triggers gestuurd, hetzij uit de omgeving, hetzij schijnbaar uit ons denkvermogen. Ik zeg met nadruk schijnbaar, omdat naar mijn mening het nadenken uiteindelijk ook door een trigger uit de omgeving in gang gezet wordt. Veel vragen zijn hier niet beantwoord. Bijvoorbeeld waarom we in dit model überhaupt een bewustzijn nodig hebben en of een dier deze ook heeft; hoe bepaalt het brein de waarde van het waardeconcept? Iedereen zal begrijpen dat dit een onmogelijke opgave is in een artikel als deze.

comments powered by Disqus