TOP

Kopverkenningen

Van emotie naar ratio

Auteur: Bas van Egmond

« ga terug 04-09-2015

Discriminatie was goed

Het VN-comité tegen rassendiscriminatie is kritisch over de situatie in Nederland, zo schrijft de Volkskrant van 29 augustus j.l. Het stelt dat Nederland discriminatie te weinig wordt gemeld en berecht. Bovendien, zo meldt het comité bagatelliseert ons land het bestaan ervan. Ik wil in het midden laten of deze vaststelling juist is. Wat ik wel wil beweren is dat discriminatie een heel natuurlijke zaak is. Het komt bij alle organismen voor en daar is de mens geen uitzondering in. Als dat zo is, dan moet discriminatie een onmisbare functie hebben, anders zou hij door de evolutie al lang verdwenen zijn. Dat houdt in dat discriminatie voor de overleving van het individu goed is geweest. Als dit zo is, kun je je afvragen waarom dit zo is. Je kunt dan ook de vraag stellen of dit in een moderne maatschappij ook nog een goede eigenschap is.

Om antwoorden op deze vragen te krijgen, zul je moeten weten welke waarde discriminatie voor een volk heeft of gehad heeft. In het verre verleden bestonden nog geen volkeren, wel stammen, maar vooral kleine groepen die elkaar heel vaak naar het leven stonden in de concurrentiestrijd voor het voortbestaan. Ik ga voorbij aan het feit dat dit in sommige delen van de wereld nog steeds het geval is. Een groep was zeer belangrijk voor de overleving van het individu. In de natuur is het eten of gegeten worden. Een leven in een groep van gelijkgestemden geeft aan een individu een betere bescherming dan een solitair bestaan.

De beste bescherming wordt gegeven door een groep die sterk hiërarchisch georganiseerd is met een sterke leider en waarvan de leden gehoorzaam zijn aan hun bovengeschikten. Ik noem zo’n groep een natuurgroep. Deze naam is niet voor niets gekozen. Zolang er organismen zijn, zolang de mens er is, is deze de meest normale en meest voorkomende groepsstructuur. De kleinste en meest voorkomende is het gezin. In zo’n groep moeten de individuen goed op elkaar zijn ingespeeld. En vooral in tijden van gevaar zal ieder zijn plaats en taak kennen.

In een groep neemt de opvoeding een cruciale plaats in. Daarin wordt men geleerd hoe je met elkaar om moet gaan en niet in de laatste plaats, hoe je moet handelen als de groep wordt bedreigd. Men leert er ook de normen, waarden, zeden en gewoonten van de groep kennen. Al die handelingen die daar mee te maken hebben worden vastgelegd in wat ik noem het basale geheugen. Omdat dat basale geheugen van een individu van groep tot groep kan verschillen, heeft elke groep een uniek karakter. Een individu van de ene kan daarom niet zomaar goed functioneren in de andere groep. Maar hij zal zeker niet goed kunnen functioneren omdat hij de hiërarchische verhoudingen niet kent en niet weet hoe hij moet reageren in zowel vredes- als oorlogstijd. Dit kan een verzwakking betekenen van de groep als geheel en maakt de groep kwetsbaarder als het gevaarlijk wordt.

Dat voelt elk individu intuïtief aan. De natuurlijke neiging bestaat dan om de vreemdeling uit de groep te stoten. Op zijn minst zal hij met wantrouwen worden bejegend. Of met een modern woord gezegd, zal hij gediscrimineerd worden. In deze situatie is discriminatie een goede groepsfunctie. Doordat hij de groepscodes niet kent, zal hij verwarring kunnen stichten bij het met elkaar omgaan, doordat hij anders reageert op de gebruikelijke omgangsvormen. Als er geen vuiltje aan de lucht is, kan een groep dit nog wel aan. Maar als de groep aangevallen wordt kan dit in het ergste geval chaos veroorzaken. Dit kan leiden tot de ondergang van de groep. Discriminatie beschermt daarom de groep tegen verzwakking en verhoogt daarmee de overlevingskans van het individu.

Nu moet men niet denken dat dit alleen nog speelt in heel primitieve culturen. Discriminatie is een heel fundamentele eigenschap in de natuur omdat die gezorgd heeft voor de overleving. Zonder discriminatie zou de mens er waarschijnlijk niet geweest zijn. Het is zo’n sterke kracht dat die nog steeds een grote rol speelt in elke maatschappij, zowel op kleine als op grote schaal. Pesten op school is vindt zijn oorsprong in discriminatie. In de geschiedenis zijn talloze voorbeelden aan te wijzen die daarop gebaseerd zijn. Jodenvervolging, Zuid-Afrikaanse boeren die in concentratiekampen gestopt werden, Japanners die in de V.S. tijdens de tweede wereldoorlog hetzelfde overkwam, ketters die om hun geloof vervolgd werden. Zo zijn er onnoemlijke hoeveelheid voorbeelden te vinden. 

Aanvankelijk door de kolonisatie en later door de globalisering, samen met de sterk voortschrijdende vervoerstechniek zijn Westerse landen overspoeld door mensen die afstammen van zeer verschillende culturen. Er is daardoor een goede voedingsbodem voor discriminatie ontstaan. In een moderne samenleving is echter geen plaats meer voor discriminatie. Dat remt de ontwikkelingen, geeft fricties en uiteindelijk interne stammenstrijd waardoor de kans bestaat dat een land vernietigd zal worden. Het is in plaats van een goede, een slechte natuurlijke eigenschap geworden. Discriminatie is daarom een ondeugdelijk zaak in onze moderne maatschappij, die we niet moeten willen. We moeten niet wensen dat werkgevers discrimineren bij het aannemen van personeel. We moeten niet accepteren dat jongens van mediterrane afkomst homoseksuelen lastig vallen en soms  zelfs daarbij lichamelijk geweld gebruiken.

Maar een ingeboren eigenschap wat honderdduizenden jaren goed gefunctioneerd heeft, kun je niet zomaar verleren. We blijven daarom met een niet wenselijk natuurlijk gevoel om te discrimineren zitten en rationeel weten we dat dit niet goed is. Gevoel en gezond verstand botsen dus met elkaar. Om een volk zover te krijgen dat deze frictie verdwijnt is voortdurende training nodig en dat gaat niet vanzelf. We moeten beseffen dat we een gevecht moeten aangaan tegen natuurlijke krachten. We moeten die heel serieus nemen. Om die te overwinnen, kost heel wat intelligente inspanning. Daar moeten we met z’n allen de schouders onder zetten, anders lukt het niet.

Het allerbelangrijkste is dat we erkennen en accepteren dat iedereen deze eigenschap heeft. Die erkenning moet van beide kanten komen. Ook de gediscrimineerde moet weten dat in de grond van zijn aard, ook hij tot discriminatie in staat is en wellicht ook zo nu en dan die toepast. Het is de erkenning dat we tenslotte allemaal maar mens zijn met al onze gebreken. We kunnen daardoor beter gaan invoelen welke gevoelens er bij discriminatie opgeroepen worden. In een gezamenlijke discussie moet gezocht worden naar een oplossing. We dienen gezamenlijk gedragscodes en symbolen voor de openbare en private ruimten te ontwikkelen. De zwarte-pieten-discussie is hiervan een zeer goed voorbeeld. Daarin heeft het jeugdjournaal naar mijn smaak een hele goede rol in gespeeld. Alleen ontbreekt hier nog het besef dat discriminatie een natuurlijke eigenschap van de mens is.

Ook in dit verband is het heel belangrijk dat er voor iedereen veilige en goede levensomstandigheden zijn. Als die gebreken gaan vertonen kan dat de lont in een kruitvat zijn. In veel landen treden er regelmatig rellen op in achterstandswijken. Er moet absoluut geen onderscheid gemaakt worden naar ras of afkomst bij sollicitaties. In het licht van het bovenstaande is dit wel begrijpelijk en zeker invoelbaar, maar absoluut verwerpelijk.

Persoonlijk ben ik van mening dat we dit fundamenteel vraagstuk niet alleen op nationaal, maar vooral op Europees niveau moeten aanpakken. Dan zijn de verschillende partijen in een meer gelijkwaardige positie waarin ze samen op gelijk niviau voor iets nieuws gaan. Je zoekt samen een nieuwe Europese weg. Dan zijn we samen Europeanen die in Nederland wonen. Hierbij zijn riten en symbolen zeer belangrijk, die op gezamenlijke feestdagen gestalte krijgen. Zelf ben ik een voorstander om voor de realisatie van de eventuele besluiten een gerenommeerd, internationaal werkend reclamebureau in te schakelen. Het kan niet anders of de overheid zal hierin een leidende rol in moeten hebben. Die moet een lange termijn visie formuleren, de grote lijnen uitstippelen en de fondsen hiervoor financieren. Het gaat ons tenslotte allemaal aan.  

Deze ideeën gaan geheel in tegen de opvattingen van een groot deel van de inwoners van Nederland, maar ook van Europa. Ze zullen dan ook veel weerstand oproepen. Het is een proces dat een hele lange tijd zal vergen en dat zeer gevoelig zal zijn voor mislukking. Het uitbannen van discriminatie en het opbouwen van een gezamenlijke historie is essentieel voor een veerkrachtige samenleving. Dat is werken aan een noviteit in de evolutie. We leven in dit opzicht in een zeer interessante periode.

comments powered by Disqus