TOP

Kopverkenningen

Van emotie naar ratio

Auteur: Bas van Egmond

« ga terug 30-04-2015

Ongelijkheid en rechtvaardigheid

Het thema van de maand van de filosofie is ongelijkheid. Iets wat we niet graag willen. Dat begrip is net als zijn tegenovergestelde – gelijkheid – een containerbegrip waar moeilijk iets van te zeggen is. Het is een term die je eerst moet ontleden wil je er iets zinnigs over kunnen zeggen. Waar hebben we het over als je klaagt dat er zoveel ongelijkheid is?

Is dat ongelijkheid voor de wet? Nee, want we zijn allen gelijk voor de wet, tenminste dat hopen en geloven we dan maar. Klagen we over de ongelijkheid in rangorde, dus over status? In zekere zin, maar we weten dat klagen gebaseerd is op jaloersheid. Dat vinden we van onszelf weer negatief. Wij willen ook een hogere status, maar dan moet je die verdienen vinden we eigenlijk. Maar status verkrijg je niet alleen door verdiensten. Afkomst telt ook mee. Daar kun je niets aan doen. Daar moet je het mee doen. Intelligentie spreekt ook een woordje mee. Ook dat is niet te beïnvloeden. Dan heb je de mogelijkheden tot opleiding. Hieraan is veel te doen. Dat gebeurt ook. En allemaal zijn we het ermee eens dat we moeten zorgen dat ieder de kans krijgt op een opleiding te krijgen die bij hem past.

Het grote struikelblok in de maatschappijn is echter bezit en het verkrijgen daarvan. Daar gaat het meestal om als we het over ongelijkheid hebben. We zijn nog lang niet klaar met de graaiers in de financiële sector. Het volk staat op zijn achterste benen toen de ABN AMRO-top hun salaris verhoogde. Die ongelijkheid wordt als oneerlijk en onrechtvaardig aangevoeld. Als je het dus wilt hebben over ongelijkheid, dan moet je eigenlijk definiëren wat rechtvaardigheid inhoudt. Daarom gaat dit artikel over rechtvaardigheid en daarmee indirect over ongelijkheid.

Wat nu is onrechtvaardigheid. Om hierop een antwoord te geven, ontkomen we er niet aan om te onderzoeken wat in het algemeen rechtvaardig is. Daar is wel een antwoord op te bedenken. Het betekent echter wel dat we eerst enige theoretische zaken uit de doeken moeten doen. Mijns inziens moeten beginnen met uit te leggen wat de autonomie van een individu inhoudt. Om bepaalde redenen die ik hier niet zal noemen zal ik niet het woord autonomie, maar de uitdrukking ‘autonome ruimte’ van het individu willen gebruiken.

Om te beginnen zijn we geen mensen met wie je zomaar van alles kunt uithalen. We hebben een eigen wil en laten die graag aan een ander merken. Ieder verdedigt in meer of mindere mate zijn eigen territorium. Dat territorium noem ik zijn autonome ruimte. Dat betreft zowel de psychische als fysieke ruimte waarvan het individu vindt dat hij er de baas is. Hij vindt zelf dat hij daarin autonoom is. Dat strookt natuurlijk niet altijd met de opvattingen van de ander. Dat geeft regelmatig conflicten. Kinderen weigeren vaak hun kamer op te ruimen. Echtgenoten kunnen laaiende ruzie krijgen over onbenulligheden. Op economisch terrein is het vaak eten of gegeten worden.

Bij een conflict raakt men in meer of mindere mate geëmotioneerd. Men wordt boos of krijgt angst. Boos wordt iemand als hij denkt dat hij kan winnen en inschat dat deze kans nog groter wordt door boos te worden. Bij angst is het juist andersom. Hij denkt dat hij gaat verliezen als hij doorzet. Hij trekt zich terug. In beide gevallen zijn het o.a. signalen voor de ander. Hoe dat in het brein precies werkt, ga ik niet op in. Daarbij moet opgemerkt worden dat de autonome ruimte van degene die boos wordt, en waarschijnlijk ook wint, groter wordt. Die van de angsthaas wordt kleiner. Want degene die boos wordt kan in deze situatie meer beslissen over wat er moet gebeuren dan degene die angst kreeg. Feit echter is wel dat die emoties precies de grenzen aangeven van elkaars autonome ruimte voor die specifieke gelegenheid.

In het algemeen zijn het dus de negatieve emoties die de grenzen aangeven van iemands autonome ruimte. Hierbij moet aangegeven worden dat die negatieve emoties in allerlei gradaties kunnen voorkomen. De uitersten voor angst zijn lichte bezorgdheid tot paniek. Voor boosheid zijn het lichte geïrriteerdheid en razernij.

Deze aanname is belangrijk om te kunnen omschrijven wat vrijheid betekent. Vrijheid is een heel belangrijke zaak voor de mensen. Maar als je nu vraagt wat daarmee nou precies bedoeld wordt, wordt het vaak moeilijk. Zo moeilijk dat er duizenden pagina’s over geschreven is en dan nog weet je het niet. Ik ga nu niet in op wat vrijheid is en zeker niet op de vrije wil die daaraan verbonden is. Mijns inziens is dit ook niet belangrijk, want in werkelijkheid gaat het daar niet om. Het gaat niet om de zogenaamde vrijheid, maar om het zich vrij voelen. En nu komt het, vrij voel jezelf als je de grenzen van je autonome ruimte niet voelt. Met andere woorden je voelt je vrij als je niet met de omgeving botst. En hoe minder vaak je botst, des te vrijer je jezelf voelt. In feite heb je dan neutrale emoties. Als je daarbij positieve emoties hebt, kun je je zelfs gelukkig noemen.

Maar wat heeft dat nu met rechtvaardigheid te maken. Nou, als we hierover spreken, gaat het altijd over intermenselijke relaties. Hoe gaan we rechtvaardig met elkaar om? Wat is rechtvaardig handelen? Mijn stelling is dat we rechtvaardig met elkaar omgaan als na een relationele handeling alle betrokkenen zich vrij voelen. Ze houden er dus geen negatieve emoties aan over. Het kan zelfs zo zijn dat ze er positieve emoties (blijdschap, tevredenheid) van gekregen hebben. Dat is dan het toefje op de taart.

In zo’n relationele handeling gaat het dan vaak over wat je gekregen en wat je gegeven hebt. Voor wat hoort wat. Dat hoeven niet per se materiële zaken te zijn die uitgewisseld zijn. Ik wil zelfs beweren dat het in het dagelijks leven heel regelmatig juist geen materiële zaken zijn. Belangstelling hebben in een ander geeft bijvoorbeeld bij die ander een goed gevoel. Doordat de ander dat gevoel laat zien, krijg jezelf ook een tevreden gevoel. Beiden heb je dan psychische winst. Je geeft aan iemand met wie je zijn of haar verjaardag viert een cadeau. Dat geeft ook een goed gevoel als deze het op prijs stelt. Het is wel zo dat als hij of zij regelmatig op jouw verjaardag zonder cadeau komt, dat je dat toch als negatief signaleert en er bepaald negatief gevoel aan overhoudt. Je zou dit dus als niet rechtvaardig kunnen aanmerken, in ieder geval voel je dat zo. De psychische winst of verlies kan dus ook in de toekomst liggen.

Als iemand op de weg voorrang neemt, terwijl hij volgens de regels op mij hoort te wachten, worden ik boos. Ik zou hem mores willen leren. We vinden het zeer onrechtvaardig als een dief onze portemonnee gestolen heeft. Hij heeft iets afgepakt wat tot onze autonome ruimte behoorde. En we worden razend als iemand ons zonder aanleiding een klap verkopen, een flagrante schending van onze autonome ruimte. En laten we er maar niet aan denken als een IS-strijder een familielid op een afschuwelijke manier zou vermoorden, dan zouden we hem met benzine willen overgieten en aansteken. We vinden dit een vreselijk kwaad.

De handelingen bij al deze voorbeelden voelen we als onrechtvaardig en voelen we een vorm van boosheid in ons. We vinden het onrechtvaardig wat er dan gebeurt. Als genoegdoening willen we meer terug doen dan we aangedaan zijn. Vaak ontstaat daardoor een geweldsspiraal doordat we harder terug willen slaan dan het oorspronkelijk vergrijp. Alleen door bemiddeling van een derde persoon is er soms uit te komen. In een rechtsstaat is dat de rechter. Die bepaalt – maar eigenlijk de wetgever – de uiteindelijke genoegdoening. Deze valt meestal lichter uit dan het slachtoffer zou willen. Waarom is dit zo?

Wel, als we dit tot ons door laten dringen kun je zeggen dat bij een rechtvaardige handeling tussen personen er een gelijkwaardige wederkerigheid bestaat. Iedereen is immers tevreden en heeft gekregen wat hij wil, hetzij materieel, hetzij psychisch. Bij een onrechtvaardige handeling gaat het over ongelijkwaardige wederkerigheid. Het wordt steeds erger. Er wordt geprobeerd de ander eronder te krijgen, sterker te zijn dan die andere door steeds zwaardere fysieke of psychische vergeldingsacties. Het slachtoffer wil een ongelijkwaardige vergelding hebben voor een ongelijkwaardig vergrijp. Hij wil de dader onderwerpen en hem laten beseffen dat hij meer verliezen zal als hij het nog eens zou proberen. Een geweldsspiraal is geboren. Een onafhankelijke rechter echter probeert alle facetten die aan de zaak kleven, te beoordelen en zo tot een straf te komen die vaak lichter uitvalt dan het slachtoffer zou willen. Als democratische gemeenschap willen we onder andere voorkomen dat er onrechtvaardig hoog gestraft wordt. Men wil een met het vergrijp gelijkwaardige straf opleggen. Wat is dan hier de gelijkwaardigheid? Wel, dat is het gemiddelde idee wat men erover heeft. Dat hoeft meestal niet hetzelfde idee te zijn van het slachtoffer

Rechtvaardigheid, het zich vrij voelen, goed en kwaad berusten alle op gelijkwaardige wederkerigheid. Maar hoe heeft dit alles met gelijkheid en ongelijkheid te maken? Ik meen dat het in een gemeenschap niet draait om die ongelijkheid. De ongelijkheid op financieel, economisch en maatschappelijk vlak zal er altijd blijven bestaan omdat we aan een aantal factoren die hier al eerder genoemd zijn, niet kunnen veranderen.

Die uitdrukking ‘ongelijkheid’ gaan we pas belangrijk vinden als we deze gaan voelen. Het gaat dus weer om gevoel. In het geval van een rechtvaardige beloning gaat het in de onderhandelingen erom dat er wederzijds een gevoel van gelijkwaardige wederkerigheid tot stand is gekomen. Ieder vindt dan dat men er voor zichzelf eruit gehaald heeft wat er uit te halen was. Door allerlei niet te beïnvloeden externe factoren kunnen er verschillende beloningen ontstaan zonder dat men er moeite mee heeft. Bij ongelijkheid zal er altijd een partij zijn die zich benadeeld voelt. Hij vindt dat hem onrecht aangedaan is. Hij heeft voor zijn gevoel niet gekregen wat hij verdiend heeft. Er is dan sprake van ongelijkwaardige wederkerigheid.  

Maar dan is rechtvaardigheid een zeer subjectieve zaak. Wat de een rechtvaardig vindt, vindt de ander onzin. Dus slaat het dan nergens op wat zojuist beweerd is? Men moet echter bedenken dat de mens niet alleen op deze wereld is. Hij leeft in een gemeenschap. Sterker nog, hij moet het hebben van die gemeenschap. Het met elkaar omgaan in zo’n gemeenschap gaat niet zonder aanpassingen. Je zult water in de wijn moeten doen als het gaat om de grenzen van je autonome ruimte. In bepaalde culturen en ook nog niet zo lang geleden in onze cultuur werden die grenzen afgedwongen door middel van agressieve handelingen.

Gelukkig hebben we ingezien dat je door middel van onderhandelingen met elkaar veel verder kunt komen. We hebben omgangscodes geformuleerd. Een van die codes is wat we rechtvaardigheid noemen. Die is gebaseerd op wat we samen in allerlei zaken gelijkwaardige wederkerigheid vinden. Vaak komt het erop neer dat de meeste stemmen gelden in (openbare) discussies. Dit kan alleen maar als we gevoelig zijn voor elkaars mening. Dat zijn we omdat we elkaar nodig hebben. Daarom binden we in. Dat wil zeggen dat we rekening houden met elkaars autonome ruimte.

De term ongelijkheid is de laatste tijd zo actueel geworden omdat we geconfronteerd zijn met de exorbitante zelfverrijking van de top van vooral financiële instellingen. Dit kon gebeuren omdat er sprake is van ongelijkwaardige wederkerigheid. Zij hebben gegokt met geld van een ander en verloren. Maar niet zij moeten het gelag bepalen, maar de bezitters van dat geld. Bovendien moest de belastingbetaler met ontzettend veel geld bijspringen. Komt bij dat werknemers in de financiële sector ontslagen worden. De top lijdt dus geen enkele pijn, sterker nog, zij belonen zichzelf voor hun verkeerde beslissingen. We voelen dit als sterk ongelijkwaardig wederkerend en dus als een schrijnende ongelijkheid!!!!

De conclusie is dat willen we een rechtvaardige maatschappij opbouwen en vooral uitbouwen, zal er altijd bij elke overheidsmaatregel, bij elke transactie, in elke organisatie, in alle bedrijven en bij alle relationele handelingen – ook die in een gezin – altijd gekeken moeten worden of er in alle processen die daar een rol in spelen, gelijkwaardige wederkerigheid is ingebouwd. Langzamerhand is dat bij de meeste instituten en bedrijven een zeer ingewikkelde zaak geworden. Het zal daarom niet in alle gevallen lukken een rechtvaardige gemeenschap op te bouwen. Het zijn mensen die het moeten doen. We zijn erop uit om zoveel mogelijk binnen te halen als enigszins mogelijk is, heel vaak met onoorbare dingen.  We zijn echter van heel ver gekomen en hebben al heel veel bereikt.

comments powered by Disqus