TOP

Kopverkenningen

Van emotie naar ratio

Auteur: Bas van Egmond

“Gaat op voor mens en dier!”

DEEL 1 INDIVIDU

Na het schetsen van de grote lijnen van het proces hoe indrukken van de omgeving door het brein verwerkt worden, wordt in Deel 1 van “Kopverkenningen” zes vooronderstellingen geformuleerd, te weten:

Is er in dit leven iets belangrijkers dan voortplanting?

  1. Alle zaken staan onder de wet van oorzaak en gevolg.
  2. Het belangrijkste voor leven en voortbestaan is de voortplanting.
  3. Daarvoor is veiligheid en voedsel nodig.
  4. Een organisme (dus ook het menselijke) verkrijgt zijn levensmogelijkheden door wordingsdrift. Het is een kracht die doet streven naar het behoud van het leven en tegelijk aanzet tot verbetering van de levensvoorwaarden. De wordingsdrift wordt door driftbegrenzers in toom gehouden.
  5. Om zijn levensmogelijkheden te realiseren moet een organisme kunnen anticiperen op en kunnen aanpassen aan zijn omgeving. Het stuurmechanisme bij organismen met meerdere organen is het centraal zenuwstelsel.
  6. De evolutietheorie is een onmisbare schakel in deze theorie.

Om te begrijpen hoe een individu – of het nu een mens of een vogel is – met zijn omgeving

De wordingsdrift bepaalt de sterkte (dwangimpuls) van de emoties en gevoel. Hoe doet hij dat?

communiceert, moet men weten op welke manier zijn stuurmechanisme, dus zijn brein werkt. Deel 1 gaat hier uitgebreid op in. Door middel van een theorie over de fundamentele processen van het brein wordt niet alleen uitgelegd hoe indrukken vanuit de omgeving verwerkt worden, hoe emoties tot stand komen en wat voor functies ze hebben, maar vooral waarom deze processen op deze manier plaats vinden.

In de hoofdstukken daaraan volgend, wordt dit proces verder uitgewerkt en wordt er dieper ingegaan op de wordingsdrift en zijn verband met emoties. De wordingsdrift uit zich in positieve en negatieve functies zoals nieuwsgierigheid, vertrouwen, hechting, begeerte, wantrouwen en agressie. Er wordt uiteengezet hoe positieve

De belangrijkste eigenschappen van het bewustzijn zijn:

  1. Aandacht.
  2. Zoekfunctie naar de juiste denkbeelden voor een bepaald moment.
  3. Bewustwording omgeving.

functies van de wordingsdrift bij het ene individu positieve emoties bij de ander veroorzaakt. Evenzo zullen negatieve functies van de wordingsdrift bij de een negatieve emoties bij de ander opwekken. Negatieve functies van de wordingsdrift bij de een worden in toom gehouden door bepaalde negatieve emoties bij de ander. Daarom zijn bepaalde negatieve emoties bij de een driftbegrenzers voor de ander.

Er wordt daarnaast uitgebreid stilgestaan hoe de auteur het bewustzijn zich voorstelt en wat voor eigenschappen dit heeft. Dit deel beschrijft ook de relatie van het bewustzijn in het denkproces van het individu.

 

Het kortetermijngeheugen/werkgeheugen dient alleen voor het opslaan van recente triggers.

Een heel belangrijk hoofdstuk in deel 1 is de bespreking van de zogenaamde autonome ruimte van het individuele organisme, dus ook van de mens. De uitdrukking autonome ruimte is hetzelfde als autonomie, wat meer bekend is. Met het begrip autonomie kun je echter hele verhalen houden zonder weer te geven wat dat in werkelijkheid betekent voor het individu. Dat blijkt echter wel te kunnen met het begrip autonome ruimte. Het is dan ook van groot belang om te kunnen begrijpen hoe iemand functioneert in de private en publieke ruimte. De autonome ruimte is de ruimte waarvan het individu meent waarbinnen hij het zelf voor het zeggen heeft. Door de theorie die in dit hoofdstuk gegeven is over de werking van het brein, kun je precies omschrijven wat de grenzen zijn van de autonome ruimte en wat voor betekenis deze heeft in relatie tot de ander en het andere. De kennis hiervan is absoluut noodzakelijk om de volgende delen überhaupt te kunnen begrijpen.